Verhalen uit het leven van schaapherder Dinus Luning.

 

1. Hoe het begon.

Graag wil ik vertellen hoe ik schaapherder ben geworden en wat ik zoal beleefd heb in de jaren die achter mij liggen.

Voordat ik schaapherder was werkte ik in een spoelkeuken van een ziekenhuis, dus altijd stress, zo laat het eten klaar, zo laat de afwas klaar enz enz.

Dat wreekte zich zodat ik een hernia kreeg. Na veel onderzoeken moest ik dus operatief geholpen worden. Ze konden toentertijd de hernia wegspuiten, dachten ze. Er is van alles mis gegaan. Wat er mis kon gaan is ook gebeurd. Maanden in het ziekenhuis, thuis voor het raam in bed, onderzoeken enz. Resultaat, in de WAO met een kapotte rug, een rechterarm die minimaal functioneert, een doof gevoel in het rechterbeen en op het laatst erg overspannen. Zo zit je dan thuis, je probeert van alles om weer een beetje werk te krijgen maar niemand die op zo iemand zit te wachten.

Ik ben later nog naar het A.Z.G. en A.Z.U geweest, (Groningen en Utrecht) maar ze zeiden daar wat verprutst was konden zij ook niet weer maken. Omdat ik m’n energie niet kwijt kon werd ik vreselijk overspannen. Ik wandelde vaak op de hei die bij ons in de buurt ligt.

Iedereen die mij wilde aanspreken ontweek ik want ik wilde met niemand kontakt.
Ik schaamde mij heel erg, als je 37jaar bent moet je werken en niet thuis zitten.
Maar allen op de hei had ik de ruimte om over dingen na te denken.
Vaak heb ik gedacht om een eind aan m’n leven te maken, waar leefde ik nou nog voor?
En thuis had m’n vrouw ook het niet zo goed, ik was onbereikbaar ook voor haar.

Als ik op de hei was zag ik vaak de schaapherder met zijn kudde, altijd bleef ik op afstand, ik moest misschien eens praten met hem. Maar ik moest er niet aan denken om iemand te ontmoeten.

Naar mate de tijd verstreek kwam er wat minder zwaar weer in mijn gedachten. Veel mensen ontweek ik nog, maar af en toe sprak ik de herder. Zo ging het tijden, we praatten eens wat langer en zo kon ook over m’n ziekte praten. Ook was ik nu bij homeopaten, psychologen enz. maar hoe goed ze hun best deden ik moest het zelf doen. Zo ging de zomer voorbij zonder dat ik er van genoot, ik praatte weer met mensen, soms heel geëmotioneerd soms normaal gereageerd.

Op een dag in het najaar ontmoette ik weer de herder die op een boom zat die over het pad lag.
"He", zij hij "Ga eens even zitten, in deze tijd zie ik niet zo veel mensen meer. Hoe gaat het?"
Ik zei dat het nogal matig ging en dat ik mij kapot verveelde.
Toen zei hij: "Is schaapherder dan niks voor jou? Mijn vader is nu mijn vervanger maar hij wil niet meer, hij vind dat het genoeg is geweest hij is nu 73jaar. En ik heb nog een andere vervanger maar die wil ook wel wat minder werken want die wordt ook al wat ouder."
Ik vergeet die middag in de najaarszon op die boom nooit weer.
Plotseling zag ik dat de zon ook zo’n mooi licht op de hei wierp. Dat had ik tijden niet gezien, Wachtende op m’n antwoord keek de herder mij aan. "Ja, maar dat weet ik nog niet hoor!", Zei ik. "Het komt ook zo onverwacht dat ik dit eerst even moet verwerken."
Hoe ik thuis ben gekomen weet ik niet meer, ik had m’n hoofd vol met gedachten, maar was blij. Het zou mooi zijn als ik weer kon werken maar ik had al zoveel dingen geprobeerd en niemand wilde me hebben. Thuis vertelde ik het mijn vrouw en ook zij was blij. Maar hoe zou dat verder gaan?

Ik was benieuwd en misschien u ook wel, lees dan volgende keer het vervolg verhaal.

 

 

Terug naar de index.